Verslag Internationale Meeting
Verslag voorstelling rasstandaarden
klik op de foto's om deze te vergroten
Dat het aantal trekpaarden al jaren een dalende trend kent, is algemeen geweten. De belangrijkste vraag die daaruit voortvloeit is: welk trekpaard moet heropleven? Eén ding is zeker: niet meer de zware kolossen van weleer. Welk type dan wel moet bepaald en duidelijk gemaakt worden door het stamboek, de officiële jury en de technische commissie.
De Technische Commissie is momenteel bezig de rasstandaard te her- werken. Deze zal binnenkort kunnen gepubliceerd worden. De rasstandaard beschrijft het ideaaltype. Het is de fokkers hun plicht deze te benaderen; ze effectief bereiken blijft een moeilijke zoniet onmogelijke zaak.
Nadat de Belgische standaard in vier talen werd voorgesteld, pikten de andere landen er op in waarbij de nadruk op de verschillen met onze standaard lag.
De Nederlanders beten de spits af. Hun spreker was Gerard Kruders die al verschillende jaren in de foktechnische commissie van de KVTH zit en sinds 2005 deel uitmaakt van de hengstenjury. Aan de hand van een mooi geïllustreerde presentatie werd duidelijk gemaakt dat het gewenste type in Nederland nagenoeg gelijk is aan dat van België. Verder ging Dhr. Kruders in op een aantal praktische stamboekzaken. Zo zijn er de stamboek-opnames die verplicht zijn voor deelname aan de Centrale Keuringen en de Nationale Tentoonstelling. Er wordt een 100-punten telling gehanteerd waarbij een paard met 60 punten of meer ingeschreven wordt en bij minstens 78 punten een uitnodiging krijgt voor de nationale sterkeuring. Verder moeten de hengsten na hun vierde dekseizoen afstammelingen laten zien. Dhr. Kruders besloot met een weergave van de Nederlandse wensen:
- fokdoel : behoud van de standaard
- type : robuustheid; het moet een trekpaard blijven waarbij de uitstraling mannelijk moet zijn bij een hengst, vrouwelijk bij een merrie
- kwaliteit van het beenwerk
- ruime bewegingen : lang voorbeen, goed achterbeengebruik; duurzaam- heid
Denemarken had Dhr. Niels Poulsen gestuurd. Hij is trekpaardenfokker, zit in het Deense stamboekbestuur en heeft steeds goede contacten gehad met België. Hij was er dan ook al bij op ons eerste Vlaams Kampioenschap. In Denemarken fokken ze eerder het oude type (cf. Avenir d’Herse). Al gaan ze momenteel dezelfde weg op als wij, maar ze verkiezen nog steeds een paard dat iets breder is in de borst. Het grootste probleem voor de Deense fokkers is het kleine aantal paarden en dus de beperkte keuzemogelijkheid. Toch zijn ze er volgens Dhr. Poulsen de laatste 15 jaar op vooruit gegaan wat betreft de bewegingen. Wat tenslotte zeer sterk werd benadrukt, was de wens naar zuiver beenwerk.
Vervolgens staken we de Grote Oceaan over en kwamen terecht bij de American Brabant Association waarvan Karen Gruner de voorzitster is. Een grote ribdiepte, een lange heup, sterke broekspieren en een zwaardere nek waren de punten die naar voor kwamen tijdens de bespreking van de foto’s die Mevr. Gruner had meegebracht. De foto hiernaast is een Belgische import (John van de Vosberg) die plus minus het Amerikaans ideaalbeeld vertegenwoordigt. Vervolgens werd nog even de verwarring tussen de American Belgians en onze Belgische Trekpaarden aangehaald. De benaming “Belgian” in Amerika staat niet voor ons type trekpaard, maar wel voor de vosse lichter gespierde paarden – bij ons Vlaams Paard genoemd – daarom gebruikt men in de V.S. de benaming “Brabant” voor ons trekpaard.
In Frankrijk ligt de nadruk voornamelijk op de beweging, zo vertelde Mr. Hubert Topart van Le Trait du Nord. Een goed schuinliggende schouder is hiervoor noodzakelijk. Hij haalde verder ook het aangename, betrouwbare karakter aan dat bij alle voorgaande stamboek wat in de schaduw was gebleven. Hierna kwam het andere Franse stamboek, nl. Les Auxois aan het woord, voorgesteld door Mr. Florian Bizouard. Ook hier was de standaard gelijkend op voorgaande. Ze wensen een eerder kort gelijnd paard met een gespierde kroep en een energiek, maar toch rustig karakter.
Vanuit Duitsland kwam Mr. Rolf Bekkershof van het Rheinische Deutsche Kaltblut. De Reinländer is één van de vier Duitse trekpaardtypes. Hier konden we toch enkele noemenswaardige verschillen noteren. Ze wensen een duidelijke booghals – zowel voor merries als hengsten, een lange hals, een ronde kroep, een ruglijn die eerder bergop loopt en de beweging moet uit de achterhand komen. De schofthoogte ligt tussen 1m55 en 1m70 en de effen kleuren krijgen de voorkeur. Mr. Bekkershof vervolgde met de hengstenkeuring die verschilt met de onze: hengsten die op 2,5-jarige leeftijd worden goedgekeurd, zijn dit voor het leven. Als enige bijkomende voorwaarde moeten de hengsten binnen het jaar al werkend voorgesteld worden. Deze proef bestaat uit een dressuurproef voor de koets en voor de ploeg. Merries vanaf drie jaar krijgen bij het behalen van 7 punten of meer een staatspremie. In het Duitse stamboek worden echter ook de veulens al op zeer jonge leeftijd (tussen 4 en 12 weken) gekeurd waarna ze in het stamboek opgenomen worden.
Vervolgens schakelden we over naar het Ardenner Trekpaard waar achtereenvolgens het Belgische, Luxemburgse en Zweedse stamboek aan het woord kwamen.
Mr. Michel Bulteau startte met de geschiedenis en evolutie van het Belgische Ardenner Trekpaard. Als belangrijkste rasstandaardpunten kwamen de stokmaat van 1m60 tot 1m62, een kort gelijnd paard en een lichte ronde hals naar voor. De Ardennen bieden een waaier aan toeristische attracties waar trekpaarden een belangrijke rol in (kunnen) spelen. Zodoende wil het stamboek hierop inspelen en is er een selectieprogramma opgestart om het Ardense Trekpaard lichter te maken. Dit doet men door hun paarden te kruisen met Arabische Volbloeds en Cob Normandes.
Het Lëtzebuerger Ardenner Studbook stelde aan de hand van hun computerprogramma de Luxemburgse Ardenner voor.
Tenslotte kwam Mr. Holger Karlsson van het Zweedse stamboek aan het woord. In Zweden worden Ardenners van het Belgische type gefokt, maar met meer elegantie en iets groter. Ze worden gefokt en gebruikt om te werken. De hengsten worden gekeurd op 3-4-jarige leeftijd en moeten hierbij ook een temperamenttest afleggen. De uiteindelijke macht ligt bij de dierenarts die een hengst met onzuivere benen zonder meer kan afkeuren.
We kunnen besluiten met de wens van àlle stamboeken: zuiver beenwerk. Al mogen we zeggen dat er het laatste decennium reeds een grote vooruitgang is geboekt. Een randdiscussie die ontstond, ging over het effectief uitsluiten van hengsten voor de fokkerij. Enkel in Zweden wordt dit – reeds vanaf de jaren ’30-’40 – gedaan. Al moeten we nuanceren dat erfelijkheid slechts één van de vele factoren is en dat de voeding, het klimaat, de hormonen, de verzorging,… minstens even belangrijk is.
Herman De Gezelle
Terug
|